hulp bij vragen en problemen

Passend onderwijs

Vanaf augustus 2014 heeft iedere student op het mbo recht op passend onderwijs. Daarmee verandert er in de praktijk voor het GLR niet zoveel. Vanaf de aanmelding stellen wij met studenten die speciale ondersteuningsbehoeften hebben vast welke ondersteuning nodig is om succesvol de opleiding te kunnen doorlopen en voltooien. Centraal in de studie staan de mogelijkheden van de student om een beroep te leren uitoefenen. We kijken dan ook naar de beroepseisen die bij dit beroep horen, welke vaardigheden daarvoor nodig zijn en natuurlijk naar de ontwikkelingsmogelijkheden van de student.

Het is van belang dat je bij de aanmelding of de intake al aangeeft of er zaken spelen die jou kunnen belemmeren binnen de opleiding*. We gaan met je in gesprek over hoe je vanuit de persoonlijke situatie, handicap of beperking kunt deelnemen aan het onderwijs. Vervolgens bekijken we of deze ondersteuning door ons geboden kan worden. Hiermee voorkomen wij dat gedurende de opleiding blijkt dat het GLR een bepaalde extra ondersteuning niet kan bieden. De ondersteuningsbehoefte leggen we vervolgens vast in een advies- en ondersteuningsplan, dat we toevoegen aan de onderwijsovereenkomst. Dit plan wordt op afgesproken tijden geëvalueerd en eventueel bijgesteld.

Maatwerk

Tijdens de opleiding krijgt iedere student een mentor toegewezen. De meeste studenten vallen onder deze basisvoorziening. Zij hebben nauwelijks of geen speciale ondersteuningsvragen. Sommige studenten hebben -tijdelijk- iets meer ondersteuning nodig. In overleg met het Pedagogisch Advies Bureau (PAB) wordt dan gezamenlijk een plan opgesteld voor een kortdurend traject van drie of vier weken. Enkele studenten hebben intensieve ondersteuning nodig. Deze ondersteuning is structureler van aard en vraagt om meer aandacht.

Wij streven naar maatwerk, effectiviteit en een kordate aanpak. Soms leidt dit tot individuele begeleiding en, waar het kan en nodig is, bieden we groepsbegeleiding of -training met als doel om alle studenten ondanks hun beperking, zoveel mogelijk hetzelfde onderwijs te laten volgen als hun klasgenoten zonder die beperkingen.

 *Onderwijsinstellingen hoeven niet bij voorbaat rekening te houden met alle mogelijke beperkingen die het gevolg zijn van handicaps of chronische ziekten bij studenten. De Wet Gelijke Behandeling bij handicap en chronische  (niet Passend Onderwijs) ziekte, gaat uit van een aanpassing in een concrete, individuele situatie, waarbij het initiatief ligt bij de student zelf, dan wel bij zijn vertegenwoordigers. Een student dient kenbaar te maken dat er behoefte bestaat aan een aanpassing en welke aanpassing in de bewuste situatie is gewenst.